|
uit
Ons erfgoed - "Brugge van toen & nu"
Deel 18. De
geheime stad
De kelder
'In Sint-jacob' in de Twijnstraat
Zoals
wel vaker in Brugge het geval is, verbergt een negentiende-eeuwse gevel
een middeleeuws pand met een boeiende bouw- en bewoninggeschiedenis en met
een verrassende kelder.
De oudste geschreven
vermelding van dit pand dateert uit 1396. Het was toen eigendom van
Johanna, de weduwe van makelaar Franciscus Roekeloos, en was mogelijk het
achterhuis van een herberg. Bouwhistorisch onderzoek wijst uit dat de
vroegste oorsprong te situeren is in het begin van de dertiende eeuw. De
oorspronkelijke toegang tot het domein bevond zich in de
Sint-Walburgastraat, waar een belangrijk bakstenen huis op het domein
stond. Het huidige huis Twijnstraat 13 werd lang in de documenten
omschreven als het achterhuis van het huis Sint-Jacob. Pas vanaf 1451 werd
de huisnaam Sint-Jacob nog enkel gebruikt voor dit pand in de Twijnstraat.
Het is typisch voor de
middeleeuwse stedenbouw dat huizen onderdeel zijn van een groot erf,
zgn.'kern-domeinen' met daarop verschillende bijgebouwen. Deze grote
domeinen werden vanaf de vijftiende eeuw opgesplitst en de vrijstaande
stukken grond aan de straatkant dichtgebouwd. De stijgende kostprijs van
de bouwgrond was daarvan de oorzaak.
De kelder van het
oorspronkelijk dertiende-eeuwse pand is bij wonder bewaard. Hij is 15,80 m
diep en 7,50 m breed en door een dwarse brandmuur ingedeeld in een 8,90 m
diep voorhuis en 6,55 m diep achterhuis. Deze structuur is typisch voor
middeleeuwse huizen in verschillende steden van Noord-West-Europa. Het
type zou teruggaan tot de vroegmiddeleeuwse aula en camera. Een voorhuis
was bestemd voor het stapelen van handelsgoederen, het achterhuis voor de
woonfuncties.
De bakstenen kelder is
overdekt met hoge kruisribgewelven die samenkomen op een centrale zuil en
in de hoeken op eenvoudige afgeronde consoles in Doornikse kalksteen. De
gewelfsleutels zijn gedecoreerd met bloemmotieven en maskers. Tot de
oorspronkelijke dertiende-eeuwse aanleg behoort een kleine straatkelder van
gelijke breedte als het huis maar met een diepte van slechts 2,30 m. Ook
onder de Florentijnse Loge, Academiestraat 1, is er een dergelijke
straatkelder. Het is duidelijk dat handelaars een maximale bergruimte
zochten in en onder hun huis, en zelfs tot onder de stoep voor het huis.
Vandaag wordt de kelder
gebruikt als meeting- en vergaderruimte. > meer informatie
|